De Plek van de eeuwige strijd.

28-08-1988

Kruisstraat Ronse, 1988 - Tweemaal de regenboogtrui over de schouders trekken; dat is een ticket tot de galerij der allergrootsten. Tweemaal wereldkampioen op de weg, het is geen cadeau. Dat is een bekroning. Koninklijk. In 1988, in eigen land, in een topjaar en in de nabijheid van tienduizenden Vlaams-Waals-Belgische supporters, wordt Claude Criquielion, op 75 meter voor de finish, van die roemrijke troon gestoten. Bruusk van het podium geramd. Verbannen uit de wielertabellen. 

Dít, is de plek van de eeuwige strijd tussen Claude Criquielion en Steve Bauer. Een eindeloze strijd. Geen winnaar op de lijn. Niet in de rechtbank. Niet op het podium. Want – met alle respect - ook weinig winst voor de spreekwoordelijke derde wielerhond, Maurizio Fondriest. 

De vraag is of hier altijd een onderschrift moet komen of niet.
De vraag is of hier altijd een onderschrift moet komen of niet.

WK in eigen land, én een Waal die kan winnen

Criquielion is geen Merckx, wel een Waal die kan winnen. Ronde van Vlaanderen, Classica San Sebastian, Brabantse Pijl. In 1986 schrijft hij de Waalse Pijl op zijn palmares. De eerste editie met aankomst boven op de muur van Hoei. Criquielion heeft klimmersbenen - AhQui! - maar surtout klimkarakter. Nukkige kop, zeker weten, maar Claudy danst en ramt op de pedalen. Vijfde in het eindklassement van de Tour de France. En in 1984, vier jaar voor de feiten, verbaast hij vriend, vijand, vrouw en volgwagens, en soleert hij in en om een broeierig heet Barcelona, op het loodzware parcours van het WK. Een Belg wereldkampioen! Claudy, le héro!

Terug naar Ronse 1988. WK in eigen land. De Belgen hebben een missie. De strijd om de beste eendagsrenner ter wereld met de regenboogtrui als inzet. Het mooiste shirt ter wereld. Toen ook al maar de jaren '80 blinken vestimentair niet bepaald uit. Zoek 'Claude Criquielion & Hittachi' in Google Afbeeldingen, en je ziet waarom oranje wielershirts verboden moeten zijn. Pas important, hein! Claudy werkt zich die laatste zondag van augustus uit de naad van zijn tricolore shirt. Net als de onvermoeibare Eddy Planckaert die het thuispubliek ment, de tegenstander jent. Maar bij het ingaan van de laatste kilometer zijn het Criquielion en de Italiaan Fondriest die samen onder de rode vod duiken. Nog één keer de Kruisstraat op. Vervelend hellend, breed asfalt, aangevuurd door een meute, die Belgische winst ruikt. Ronse roept!

Drie renners, één gouden plak

Is het verzuurde vermoeidheid, laatsterechtelijnangst, wederzijds wantrouwen, twijfel aan de eigen sprintcapaciteit of ligt het toch aan de grinta van de achtervolgende en ontketende Steve Bauer? De Canadees stampt zich net geen kramp, sluit aan en laat geen twijfel toe. Rijden en sprinten. Rijden. Niet omzien. Drie kerels, één gouden plak. De rest telt niet. Een wereldkampioenschap is 200 kilometer afzien, maar het zijn de laatste hectometers die in het archief van ons collectief geheugen belanden. In Ronse zijn het de laatste 75 meter, een WK herleid tot de lengte van een voetbalveld.

Bauer kent de klimmerskuiten van Criquielion – vier jaar eerder pakte de Canadees zilver in het WK in Barcelona na een onwaarschijnlijke krachttoer van diezelfde Claudy. Bauer wil zijn terugkeer in goud vertalen en lanceert zich op 200 meter voor de finish. Ronse rilt.

De val, de verbazing, de nationale ontreddering.
De val, de verbazing, de nationale ontreddering.

Leunen, duwen, balanceren

Met een uithaal van de laatste hoop vertrekt Steve Bauer op links en trekt zijn twee medevluchters in zijn slipstream mee naar rechts. Tactisch. Sterk. Correct. Criquielion reageert, volgt zijn spurtinstinct en baant zich een weg tussen de ouderwetse dranghekken en de spurtende Canadees die het Belgische feestje niet mag verknallen. 

Met de power die Claude Criquielion op dat moment trapt, glipt hij altijd voorbij zijn aas en rijdt naar zijn tweede regenboogtrui. Altijd, maar niet in Ronse, 1988. Niet in de Kruisstraat waar op 75 meter voor de finish het dranghek foutief te veel op straat is geplaatst, en waar de wijdopengesperde Canadese elleboog de ruimte versmalt. In een fractie van een seconde leunen, duwen of balanceren de twee renners tegen elkaar. Spurten is een hondenstiel. Criquielion crasht tegen een nietsvermoedende agent, Bauer verliest de pedalen – en na de wedstrijd ook zijn tweede plaats – en de Italiaan Maurizio Fondriest rijdt als spreekwoordelijke derde hond, met de armen in de lucht over de lijn. Ronse rouwt.

Maurizio Fondriest laat twee vechtende honden achter en staat voor altijd als wereldkampioen 1988 in de tabellen.
Maurizio Fondriest laat twee vechtende honden achter en staat voor altijd als wereldkampioen 1988 in de tabellen.

Wat volgt is boegeroep, gescheld, gevloek. Analyse na mening, geruzie over camera- en andere standpunten. C'est la guerre. Criquielion haalt het wereldnieuws en later ook de jaaroverzichten, maar geen tweede gouden plak. 

Claudy's ontgoocheling en Franse collère vervellen tot verbittering, en de sportieve strijd om de laatste meters verplaatst zich jaren later naar de rechtbank. Ongezien en ongewenst. Een eeuwig conflict, met schadeclaims en ongelijk. Net als in die brutale sprint, slingert ook de rechtsgang tussen ellebogenwerk en smerige sneren. Ook voor de rechter blijft de uitslag ongewijzigd.

Claude Criquielion overleed in 2015, en staat nog altijd geboekstaafd als de wereldkampioen van Madrid, 1984. Steve Bauer bleef de rest van zijn carrière jagen op een grote prijs, en wilde zich vrijpleiten van de bijnaam Gros Cul; allebei niet gelukt. En Fondriest? De Italiaan trad uit de schaduw van zijn bizarre regenboogtrui en keek tien jaar later terug op een overwinning in Milaan-San Remo en een lijstje ereplaatsen. Terecht.

     

Bronnen, boeken en beelden

Lees meer op www


Share
© 2024, De Plek. Neergepend met passie, én met eindeloos respect voor de prestaties.
Mogelijk gemaakt door Webnode Cookies
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin